Column Clementie: Nostalgie vooruit!
De wekelijkse column van Raymond Clement. Deze week: Nostalgie vooruit.
Het is niet het werk van de columnist om recensies van voorstellingen te schrijven. De columnist heeft tot taak maatschappelijke fenomenen te herkennen en deze te duiden, te bespreken en soms zelf tot scherts te maken.
Maar als de voorstelling handelt over een fenomeen dat dusdanig veel en veelzijdig feromonen uitscheidt dat daarmee de stromen in de samenleving beïnvloed worden, is het legitiem voor de stukjesschrijver zich langs de grenzen van de kunstzinnige beschouwingen te begeven.
Ummer d’r Neaver is een fenomeen. Voor de mensen die niet vanaf de vroege jaren 80 in de Zuid-Limburgse carnavalswereld hun glazen dronken, een korte uitleg: de formatie Ummer d’r Neaver, aangevoerd door Joost Meijs en Marc Hermans, klopte in de afgelopen 40 jaar menig tekstueel juweel uit hun pen.
Zalen gingen op de kop als Tante Annie uit Bennekom haar opwachting maakte. Tentdoeken lieten los als de Sjweierman met frieten werd geserveerd. Zelfs Vladimir bleek ‘inne eck aaf te höbbe’.
Altijd actuele teksten, getuigende van een enorme taalkundige spitsvondigheid en gehuld in een lekker muzikaal jasje, duwden de nummers van Ummer d’r Neaver tegen en soms over de grenzen.
Ummer d’r Neaver heeft inmiddels dusdanig vaak afscheid genomen dat ze met recht de Heintje Davids van de Limburgse carnavalsmuziek genoemd mogen worden. En na 472 afscheidstournees en slotconcerten stonden ze toch weer met een reeks aan stijf uitverkochte voorstellingen in het Kerkraadse Theater.
Mit de kop in de wolke, een Ummer d’r Neaver Musical. Je moet er niet aan denken. Maar godzijdank dachten Hermans, Meijs en consorten er wel aan. Het resultaat was een productie om van te snoepen, te genieten en op geen enkele manier d’r neaver. Maar een schot in de roos.
En die roos verspreidde net die feromonen die onze tijd zo hard nodig heeft. Een nostalgie vooruit. Dat is de ogenschijnlijk onsamenhangende woordcombinatie die mij sinds vorige week niet meer loslaat.
Nostalgie vooruit. Dat was het en dat was nodig. Nee, sterker nog: is nodig.
Geen voorstellingen van lokaal sentiment of chauvinisme dat het Ripuarisch taalgebied nog wel eens wil kenmerken, maar een bron van energie en plezier om al het goeds te eren, maar verder te brengen naar een volgende generatie.
Het waren niet Meijs en Hermans zelf die de eer kwamen halen. Door alle liedjes door topmuzikanten te laten kleden in perfect gesneden muzikale Schnitt, klonken klassiekers als gereed voor de toekomst. Door de woorden te laten zingen door nieuwe, jonge en zeer talentvolle stemmen, waren de woorden niet van gisteren, maar voor morgen.
En zeker ziet de theaterliefhebber haakjes voor verdieping en verbetering, maar deze voorstelling mocht zich voeden op een energiebron van 700 man publiek die dit nieuwe aanbod de toekomst in katapulteerde.
Het werd een avond van hoop die de weemoed verdrukte. Het werd een avond van trots die chauvinisme verbande. Ummer d’r Neaver is niet van toen, maar iets voor later. Niet meer van Marc Hermans of van Joost Meijs. Maar van de regio. En van de regio hoeven we geen afscheid te nemen. Of zit ig d’r neaver?

